ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9515
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen KhAD
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die op 10 juni 2009 werd ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens over zijn betrokkenheid bij de KhAD, een Afghaanse veiligheidsdienst die verantwoordelijk is voor ernstige mensenrechtenschendingen.
Verweerder baseerde zich op een ambtsbericht van 29 februari 2000 waarin werd gesteld dat alle officieren van de KhAD betrokken waren bij martelingen en buitengerechtelijke executies. Eiser heeft verklaard dat hij voornamelijk sportinstructeur was, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was om een significante uitzondering aan te tonen. Het onderzoek was voldoende geïndividualiseerd en verweerder hoefde geen individueel ambtsbericht op te vragen.
De rechtbank oordeelde dat eiser gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van zijn verblijfsvergunning zouden hebben geleid. Het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel verzetten zich niet tegen de intrekking. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat terugkeer naar Afghanistan een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
Het beroep is ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.