ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9514
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Syriër wegens ongeloofwaardig relaas en toerekenbaar ontbreken identiteitspapieren
Eiser, een Syrische asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel. Hij stelde dat hij door de Syrische veiligheidsdienst was gedwongen tot een zelfmoordactie en zijn identiteitskaart was ingenomen. Verweerder wees de aanvraag af omdat het relaas ongeloofwaardig was en het ontbreken van identiteitsdocumenten aan eiser kon worden toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat het niet onrechtmatig was dat verweerder aanvankelijk het ontbreken van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, Vw 2000 niet betrok, maar dit later wel deed. Er was geen sprake van rechtsongelijkheid of cirkelredenering. Het ambtsbericht van 22 juli 2008 werd als objectief en betrouwbaar beschouwd en verwees tegen de stelling dat de Syrische veiligheidsdienst opdracht gaf tot zelfmoordacties.
De rechtbank vond dat verweerder terecht aannam dat het ontbreken van identiteitsdocumenten toerekenbaar was en dat het asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkbare zaak wezenlijk verschilde. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en toerekenbaar ontbreken van identiteitsdocumenten.