ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9238
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verweerder mocht vertrektermijn in terugkeerbesluit niet verkorten
Eiser, een Afghaanse onderdaan die illegaal in Nederland verblijft, werd op 17 maart 2011 in bewaring gesteld en kreeg een terugkeerbesluit opgelegd waarin hij Nederland onmiddellijk moest verlaten. Eiser stelde bezwaar tegen dit besluit en startte vervolgens beroep bij de rechtbank nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard. Verweerder trok het eerdere besluit in en nam een nieuw besluit waarin de vertrektermijn was verkort.
De kern van het geschil betrof de vraag of de minister de vertrektermijn van vier weken, zoals bepaald in artikel 7 van Pro de Terugkeerrichtlijn, mocht verkorten. Verweerder stelde dat er een gegronde vrees bestond dat eiser niet zou meewerken aan zijn uitzetting en dat daarom de termijn mocht worden ingekort. De rechtbank stelde vast dat verweerder dit niet voldoende had onderbouwd en dat geen van de risico's genoemd in artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn zich had voorgedaan.
De rechtbank concludeerde dat de verkorting van de vertrektermijn in strijd was met de Terugkeerrichtlijn en vernietigde het besluit van 1 juni 2011. Tevens werd het primaire besluit van 17 maart 2011 herroepen en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door mr. A.P. Pereira Horta op 22 juni 2011.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot verkorting van de vertrektermijn en herroept het oorspronkelijke terugkeerbesluit.