ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9084
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring en schadevergoeding
Eiser verbleef sinds 21 april 2011 in vreemdelingenbewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning werd op 3 mei 2011 afgewezen, waarna hij opnieuw in bewaring werd gesteld. Verweerder heeft de verwijdering naar Syrië ter beoordeling opgeschort vanaf 25 mei 2011 vanwege verslechterde situatie, en op 15 juni 2011 een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld.
Eiser stelde dat de bewaring vanaf 8 juni 2011 onrechtmatig was omdat de uitzettingen naar Syrië waren opgeschort. De rechtbank oordeelde echter dat tot 14 juni 2011 sprake was van een tijdelijke belemmering en dat er redelijkerwijs uitzicht op verwijdering bestond. Verweerder had volgens de rechtbank voldoende voortvarend gehandeld met het aanvragen van een laissez-passer en het voeren van vertrekgesprekken.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring tot de feitelijke opheffing op 14 juni 2011 rechtmatig was en dat het verzoek om schadevergoeding daarom moest worden afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.