ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8980
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- N.R. Hoogenberk
- C.A. Zijlstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel Myanmar wegens onvoldoende motivering
Verzoeker, een Myanmarese asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Minister voor Immigratie en Asiel wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van documenten ter vaststelling van identiteit en reisroute, en het ontbreken van positieve overtuigingskracht van het asielrelaas.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat verzoeker onvoldoende documenten en geloofwaardige verklaringen had overgelegd. Verzoekers inconsistenties, zoals registratie bij lokale autoriteiten ondanks vrees voor vervolging, en het verspreiden van pamfletten tijdens onderduik, ondermijnden de geloofwaardigheid van zijn relaas.
Echter, de voorzieningenrechter stelde ook vast dat verweerder zijn standpunt over de illegale uitreis onvoldoende had gemotiveerd en niet duidelijk had gemaakt op welke informatie de beleidswijziging was gebaseerd. Hierdoor was het besluit onvoldoende gemotiveerd en werd het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met een betere motivering over de wijze van uitreis en de toepasselijkheid van de beleidslijn. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat verzoeker op grond van de Vreemdelingenwet rechtmatig verblijf had in afwachting van het nieuwe besluit.
Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met een betere motivering.