ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8751
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. van der Helm
- W.A.G.J. Ferenschild
- D.R. Glass
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt verhoging BTW podiumkunsten zonder schending fiscale neutraliteit
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een zaak waarin belangenverenigingen uit de podiumkunstenbranche bezwaar maakten tegen de verhoging van het BTW-tarief voor het verlenen van toegang tot podiumkunsten van 6% naar 19%, zoals opgenomen in het Belastingplan 2011. De verenigingen stelden dat deze verhoging strijdig was met het Europese fiscale neutraliteitsbeginsel, omdat soortgelijke diensten die concurreren met podiumkunsten een lager tarief behouden.
De rechtbank analyseerde de Europese BTW-richtlijn en de jurisprudentie van het Hof van Justitie, waarbij werd vastgesteld dat lidstaten een zekere vrijheid hebben om te bepalen welke diensten onder het verlaagde tarief vallen. Het fiscale neutraliteitsbeginsel vereist dat soortgelijke en concurrerende diensten gelijk behandeld worden, maar het begrip soortgelijkheid moet beperkt worden uitgelegd.
De rechtbank concludeerde dat het verlenen van toegang tot podiumkunsten duidelijk te onderscheiden is van het verlenen van toegang tot andere vrijetijdsbestedingen zoals circussen, dierentuinen, musea, bioscopen, sportwedstrijden en attractieparken. Er is geen sprake van soortgelijke diensten in de zin van het fiscale neutraliteitsbeginsel, zodat de verhoging van het BTW-tarief voor podiumkunsten gerechtvaardigd is. De vorderingen van de belangenverenigingen werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt dat de verhoging van het BTW-tarief voor podiumkunsten niet in strijd is met het fiscale neutraliteitsbeginsel.