ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7543
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering en schending artikel 3 EVRM
Eiser, een Iraakse homoseksuele man, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die door verweerder werd afgewezen. Na eerdere afwijzingen en bevestigingen door hogere instanties, stelde eiser dat zijn homoseksualiteit en de slechte mensenrechtensituatie in Irak een nieuw feit (nova) vormden dat tot een heroverweging moest leiden.
De rechtbank oordeelde dat de door eiser aangevoerde nova onvoldoende objectief waren en dat zijn seksuele geaardheid reeds bekend had kunnen zijn bij eerdere aanvragen. Desondanks erkende de rechtbank dat de situatie van homoseksuelen in Irak ernstig is, met systematische vervolging en moorden, zoals blijkt uit het rapport van Human Rights Watch en het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het toetsingskader van artikel 4:6 Awb Pro niet terzijde kon worden geschoven, gelet op de bijzondere omstandigheden van eiser en de risico's bij terugkeer naar Irak. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van artikel 3 EVRM.