ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6224
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Werkgever veroordeeld tot doorbetaling loon wegens ontbreken beëindigingsovereenkomst
De werknemer was sinds 3 januari 1996 in dienst bij de werkgever. Op 22 september 2010 stelde de werkgever een beëindigingsovereenkomst voor met een einddatum van 1 januari 2011, waarop de werknemer 3 januari 2011 als beëindigingsdatum noemde vanwege haar 15-jarig dienstverband. De werkgever paste de overeenkomst aan, maar er werd geen uitdrukkelijke wilsovereenstemming bereikt.
De werknemer weigerde de overeenkomst te tekenen en de werkgever vroeg daarop op 30 september 2010 een ontslagvergunning aan bij het UWV, waarna op 31 december 2010 het ontslag per 31 maart 2011 werd aangezegd. De werkgever stopte de loonbetaling vanaf 7 november 2010, waarna de werknemer een voorlopige voorziening vorderde tot loonbetaling.
De kantonrechter oordeelde dat geen geldige beëindigingsovereenkomst tot stand was gekomen, waardoor de werkgever verplicht was het loon door te betalen tot de ontslagdatum van 31 maart 2011. De gevorderde wettelijke verhoging werd gematigd tot 10% en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 7 november 2010 tot einde arbeidsovereenkomst met wettelijke verhoging en rente.