ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5784
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste beoordeling uitzettingswijze via Mogadishu
Eiser, een Somalische asielzoeker, diende op 6 januari 2011 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Deze aanvraag werd op 14 januari 2011 afgewezen door verweerder vanwege ongeloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van een uitzonderlijke veiligheidssituatie in de provincie Shabelle Hoose.
De rechtbank overwoog dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden waren die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen met betrekking tot het asielrelaas en de veiligheidssituatie in Shabelle Hoose. Wel stelde de rechtbank vast dat de minister inmiddels erkent dat de veiligheidssituatie in Mogadishu zodanig is dat een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn geldt.
De rechtbank oordeelde dat de wijze van uitzetting via Mogadishu, gezien de mogelijke schending van artikel 3 EVRM Pro, onderdeel moet uitmaken van de meeromvattende beschikking. Verweerder had ten onrechte volstaan met verwijzing naar eerdere besluiten zonder deze aspecten adequaat te betrekken. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning vernietigd vanwege onvoldoende beoordeling van de uitzettingswijze via Mogadishu.