ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5543
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring van alleenstaande minderjarige wegens ontbreken zwaarwegend belang
Eiser, een alleenstaande minderjarige vreemdeling, werd op 24 maart 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel, stellende dat geen zwaarwegend belang bestond voor zijn bewaring en dat hij niet onder de uitzonderingen viel zoals vermeld in de brief van de minister van Immigratie en Asiel van 10 maart 2011.
Verweerder stelde dat eiser zich niet aan een aanzegging tot vertrek had gehouden, wat een zwaarwegend belang zou vormen. Na nader onderzoek bleek echter dat aan deze aanzegging geen feitelijke basis bestond. De rechtbank oordeelde dat verweerder geen belangen had gesteld die de bewaring ondanks eisers minderjarigheid konden rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel vanaf het begin onrechtmatig was en verklaarde het beroep gegrond. De bewaring werd onmiddellijk opgeheven en eiser werd een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring onmiddellijk op en kent een schadevergoeding toe aan eiser.