ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5097
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen inbewaringstelling wegens disproportionaliteit en medische zorg
Eiser, een Iraakse vreemdeling, is op 1 maart 2011 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van identiteitspapieren, het niet naleven van de vertrektermijn en het weigeren van medewerking aan zijn terugkeer naar Irak. Eiser betoogde dat hij een kwetsbare persoon is met ernstige medische aandoeningen, waaronder een chronische depressieve stoornis en posttraumatische stressstoornis, en dat de vrijheidsbeperkende maatregel disproportioneel is. Hij stelde dat een lichter middel, zoals plaatsing in een Vrijheids Beperkende Locatie (VBL), passend zou zijn.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en verweerder de gelegenheid gegeven te reageren op de medische stukken. Verweerder stelde dat eiser medische zorg ontvangt in de huidige inrichting en dat een lichter middel niet doeltreffend is vanwege de weigering van eiser om mee te werken aan zijn terugkeer. De rechtbank stelde vast dat de medische stukken niet aantonen dat eiser detentieongeschikt is of dat zijn situatie sinds inbewaringstelling is verslechterd.
De rechtbank overwoog dat de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen beperkt moet blijven tot het strikt noodzakelijke en dat steeds moet worden nagegaan of een lichter middel mogelijk is. Gezien de weigering van eiser om mee te werken aan zijn terugkeer, achtte de rechtbank een lichter middel niet doeltreffend. Tevens concludeerde de rechtbank dat verweerder niet in strijd handelt met artikel 16, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.