ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5094
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling na asielaanvraag
Eiser, een Iraanse onderdaan, werd op 1 februari 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat de bewaring in strijd was met de Terugkeerrichtlijn voor de eerste twee dagen en met de Opvang- en Procedurerichtlijnen vanaf zijn asielaanvraag op 3 februari 2011.
De rechtbank overwoog dat de Terugkeerrichtlijn van toepassing is op illegaal verblijvende vreemdelingen, maar dat eiser vanaf de datum van zijn asielaanvraag rechtmatig verbleef en de richtlijn vanaf dat moment niet meer op hem van toepassing was. De bewaring tot 3 februari 2011 werd getoetst aan de Terugkeerrichtlijn en geacht niet onrechtmatig te zijn, mede omdat eiser zich eerder in Duitsland aan toezicht had onttrokken.
Ten aanzien van de periode vanaf 3 februari 2011 oordeelde de rechtbank dat de Opvang- en Procedurerichtlijnen van toepassing zijn, maar dat de bewaring niet in strijd was met deze richtlijnen. De rechtbank verwierp het beroep en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat de maatregel in redelijkheid gerechtvaardigd was en niet in strijd met de wet werd toegepast.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.