ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4770
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot achterwege blijven voorwaardelijke invrijheidstelling na kale ontvluchting en weigering reclasseringsmedewerking
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde de vordering van het openbaar ministerie tot het achterwege blijven van de voorwaardelijke invrijheidstelling van een veroordeelde. Deze vordering was gebaseerd op twee gronden: de ontvluchting van de veroordeelde uit een zeer beperkt beveiligde penitentiaire inrichting en zijn vermeende weigering mee te werken aan het opstellen van een reclasseringsrapport.
Uit het v.i.-advies van de directeur van de penitentiaire inrichting bleek dat de ontvluchting op 26 november 2010 een kale ontvluchting was, zonder geweld, vanuit een zeer beperkt beveiligde inrichting. Volgens de geldende Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling vormt dit in beginsel geen reden om de voorwaardelijke invrijheidstelling uit te stellen of af te stellen, tenzij sprake is van herhaalde ontvluchtingen of bijzondere omstandigheden, wat hier niet het geval was.
Ten aanzien van de weigering tot medewerking aan de reclassering stelde de veroordeelde dat hij niet geïnformeerd was over het voornemen om bijzondere voorwaarden te verbinden aan zijn voorwaardelijke invrijheidstelling en over de consequenties van weigering. De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie de verplichting had om de veroordeelde tijdig en deugdelijk te informeren, wat niet was gebeurd. Bovendien had de directeur van de inrichting het stellen van bijzondere voorwaarden niet noodzakelijk geacht.
De rechtbank concludeerde dat de vordering tot het achterwege blijven van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet kon worden toegewezen en bepaalde dat de datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling op 13 mei 2011 gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De vordering tot het achterwege blijven van de voorwaardelijke invrijheidstelling is afgewezen en de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling blijft 13 mei 2011.