ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3877
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing toerekening afgifte paspoort aan reisagent in Turkije bij asielaanvraag
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning, welke door verweerder werd afgewezen op grond van artikel 31, tweede lid, onder f, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat zij haar paspoort aan haar reisagent zou hebben afgegeven terwijl zij zich al in een land bevond waar bescherming kon worden ingeroepen.
De rechtbank heeft onderzocht of deze toerekening terecht is. Uit het beleid in de Vreemdelingencirculaire volgt dat het afgeven van documenten aan een reisagent aan de vreemdeling wordt toegerekend indien dit in een land gebeurt waar bescherming kan worden ingeroepen. Eiseres stelde echter dat Turkije geen veilig derde land is en dat zij haar paspoort onder dwang moest afgeven, omdat zij anders niet naar West-Europa kon reizen.
De rechtbank heeft op basis van rapporten van Amnesty International, UNHCR, en uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vastgesteld dat Turkije niet als veilig derde land kan worden aangemerkt. Verweerder kon daarom niet zonder nadere onderbouwing volhouden dat het afgeven van het paspoort aan de reisagent aan eiseres kon worden toegerekend. Ook het ontbreken van gedetailleerde en verifieerbare verklaringen over de reis rechtvaardigde het tegenwerpen van artikel 31, tweede lid, onder f, niet.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de toerekening van het afgeven van het paspoort aan de reisagent.