ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3546
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding geregistreerd partnerschap met gezags- en alimentatiebepalingen
Partijen zijn op 4 april 2011 verschenen voor de rechtbank 's-Gravenhage in een procedure tot ontbinding van hun geregistreerd partnerschap, aangegaan in 2006. Uit het partnerschap is een minderjarig kind geboren, erkend door de man, dat momenteel bij de vrouw verblijft. Partijen oefenden gezamenlijk gezag uit, maar wensen dit te wijzigen.
De rechtbank oordeelt dat het in het belang van het kind is om het eenhoofdig gezag aan de vrouw toe te kennen en bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van het kind bij haar zal zijn. De man zal een bijdrage van €65 per maand betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind. De rechtbank wijst het verzoek van de man af om de vrouw te verplichten contact te faciliteren tussen hem en het kind, omdat hij zelf geen belang heeft bij een dergelijke regeling.
De financiële draagkracht van partijen is vastgesteld op basis van hun inkomens en lasten, waarbij rekening is gehouden met schulden en fiscale voordelen. De rechtbank acht het redelijk dat de man geen partneralimentatie betaalt. Verder wordt de verdeling van de gemeenschap van goederen vastgesteld, waarbij onder meer levensverzekeringen, inboedel en schulden worden toegedeeld conform de wensen van partijen en redelijkheid.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bevat bepalingen over de verdeling van schulden bij SNS-bank en VISA, waarbij de man en vrouw elk een deel van de schulden voor hun rekening nemen. De rechtbank benadrukt het belang van goed contact tussen kind en ouders, ondanks het eenhoofdig gezag.
Uitkomst: Het geregistreerd partnerschap wordt ontbonden met eenhoofdig gezag aan de vrouw, hoofdverblijfplaats bij haar, kinderalimentatie van €65 per maand en vaststelling van de gemeenschap van goederen.