ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3238
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bosbouwvrijstelling niet van toepassing bij verkoop snijgroen boven instandhouding bomen
Eiser exploiteert samen met zijn vader een tuindersbedrijf dat zich richt op het kweken van planten en het snoeien van bomen voor de verkoop van snijgroen. Voor de inkomstenbelasting 2007 verzocht eiser toepassing van de bosbouwvrijstelling, welke door de Belastingdienst werd geweigerd. Het geschil spitste zich toe op de vraag of het in stand houden van de bomen op de voorgrond staat.
De rechtbank overwoog dat volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 voordelen uit bosbedrijf niet tot de winst behoren, mits het belang van de bosbouwvrijstelling, namelijk het behoud van een goede bosstand, centraal staat. Jurisprudentie en parlementaire geschiedenis benadrukken dat het intact houden van het bos op de voorgrond moet staan.
Hoewel niet in geschil was dat de bomen in stand blijven, oordeelde de rechtbank dat het bedrijfsproces vooral gericht is op het afzetten en verkopen van snijgroen. Daarmee staat de verkoop op de voorgrond en niet de instandhouding van de bomen. De bosbouwvrijstelling is daarom niet van toepassing en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de verkoop van snijgroen op de voorgrond staat en niet de instandhouding van de bomen.