ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3102
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken redelijk vooruitzicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op 16 maart 2011 in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. De rechtbank heeft het beroep tegen deze bewaring behandeld en onderzocht of er een redelijk vooruitzicht op uitzetting naar China bestaat.
Verweerder stelde dat er zicht op uitzetting was, verwijzend naar een onderhoud op 22 maart 2011 tussen de minister en de Chinese ambassadeur en geplande overleggen. Echter gaf hij slechts summiere informatie over de voortgang van het laissez passer-proces, zonder concrete afspraken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder binnen een redelijke termijn van vier weken na het onderhoud uitsluitsel had moeten geven. Door het ontbreken van concrete afspraken en onvoldoende voortgang achtte de rechtbank het redelijk vooruitzicht op uitzetting afwezig.
De bewaring werd daarom opgeheven. Tevens kende de rechtbank eiser een schadevergoeding van €640 toe voor de dagen in bewaring vanaf 19 april 2011 en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €874.
Partijen kunnen binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken redelijk vooruitzicht op uitzetting naar China, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.