ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2740
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen tenuitvoerlegging vervangende hechtenis wegens schadevergoedingsmaatregel
In deze zaak vordert eiseres primair dat de Staat wordt verboden de vervangende hechtenis die aan haar is opgelegd ten uitvoer te leggen wegens een niet-betaalde schadevergoedingsmaatregel. Subsidiair verzoekt zij opschorting van de tenuitvoerlegging totdat in hoogste instantie is geoordeeld over de rechtmatigheid daarvan. Meer subsidiair vraagt zij om opschorting van de hechtenis zolang zij maandelijks een bedrag betaalt.
Eiseres is veroordeeld voor flessentrekkerij en opgelegd een schadevergoedingsmaatregel van ruim €32.000, met vervangende hechtenis van maximaal 568 dagen, teruggebracht tot 359 dagen. Zij heeft een uitkering en stelt niet in staat te zijn het bedrag binnen de gestelde termijn te voldoen. Het CJIB heeft een betalingsregeling aangeboden met een termijn van 36 maanden, maar het voorstel van eiseres van €170 per maand leidt tot aflossing in zestien jaar, wat niet binnen de termijn past.
De voorzieningenrechter overweegt dat het CJIB beleidsvrijheid heeft bij de executie en dat het wettelijke stelsel bepaalt dat vonnissen snel moeten worden uitgevoerd. De gestelde schendingen van het EVRM kunnen in strafrechtelijke procedures worden aangevoerd, niet in kort geding. Omdat eiseres geen adequaat betalingsvoorstel heeft gedaan, is geen reden om de tenuitvoerlegging te verbieden of op te schorten.
De vorderingen worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechter benadrukt dat indien eiseres alsnog binnen de termijn een passend voorstel doet, de tenuitvoerlegging mogelijk kan worden opgeschort.
Uitkomst: De vordering tot verbod of opschorting van de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis wordt afgewezen wegens ontbreken van een adequaat betalingsvoorstel.