ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2341
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening wegens schending Terugkeerrichtlijn bij afwijzing verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling
Verzoeker, een 16-jarige Afghaanse alleenstaande minderjarige vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werd afgewezen. Verzoeker vreesde terugkeer naar Afghanistan vanwege risico's op foltering en onmenselijke behandeling, waaronder rekrutering door de Taliban en seksueel misbruik. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet voldeed aan de criteria voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000, mede omdat hij niet tot een kwetsbare minderheid behoorde.
Daarnaast werd de weigering van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling beoordeeld. Verweerder stelde dat adequate opvang in Afghanistan aanwezig was omdat de moeder van verzoeker, die in Iran verbleef, zorgplicht droeg. De voorzieningenrechter stelde echter vast dat het besluit niet aangaf dat er in Afghanistan een familielid, voogd of adequate opvangfaciliteit aanwezig was, wat strijdig is met artikel 10 van Pro de Terugkeerrichtlijn.
De voorzieningenrechter overwoog dat de Terugkeerrichtlijn directe werking heeft en dat het afwijzende besluit tevens als terugkeerbesluit moet worden beschouwd, waardoor toetsing aan de richtlijn vereist is. Gelet op het belang van het kind en de vereisten van de richtlijn werd het besluit vernietigd en werd verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de voorlopige voorziening toegewezen wegens strijd met de Terugkeerrichtlijn.