ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0957
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen griffierecht voor tussenkomst in onteigeningszaken afgewezen
Verzoeker diende verzet in tegen het door de griffier geheven vast griffierecht van €1.147 per onteigeningszaak, waarin hij als tussenkomende partij optrad namens pachters. Hij stelde dat het griffierecht slechts over zijn eigen financieel belang van circa €2.661 per zaak berekend moest worden, niet over de totale schadeloosstelling toegekend aan de eigenaren.
De rechtbank oordeelde dat de Wet tarieven burgerlijke zaken (Wtbz) bepaalt dat het vastrecht in onteigeningszaken wordt berekend over de totale som van de toegekende schadeloosstelling, ongeacht de verdeling tussen eigenaar en andere belanghebbenden zoals pachters. De tussenkomst van verzoeker wordt gezien als een nieuw geding waarvoor een gelijk vastrecht geldt als in de hoofdzaak.
De rechtbank verwierp het verzet en bevestigde dat het griffierecht correct is vastgesteld op basis van de totale schadeloosstelling. Ook het feit dat verzoeker een schikking trof zonder rechterlijke vaststelling van schadeloosstelling doet hieraan niet af. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen het geheven griffierecht wordt ongegrond verklaard en het vastrecht is correct vastgesteld.