ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0706
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WW-uitkering wegens onwerkbaar weer voor binnendienstmedewerkers toegekend ondanks indirecte gevolgen vorst
Eisers, werkzaam in de binnendienst bij een producent van bestratingsmaterialen, vroegen een WW-uitkering aan wegens onwerkbaar weer in de winter van 2009/2010. Het UWV weigerde de uitkering omdat volgens hen alleen directe gevolgen van weersomstandigheden recht geven op WW-uitkering. Eisers konden hun werk niet verrichten doordat klanten door de vorst geen bestratingswerkzaamheden konden uitvoeren, waardoor er geen offertes werden aangevraagd en producten niet werden afgeroepen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 18 WW Pro niet beperkt is tot directe gevolgen van onwerkbaar weer. Ook indirecte gevolgen, zoals in deze zaak, kunnen leiden tot recht op een WW-uitkering. Het UWV kon niet aantonen dat er ander werk beschikbaar was voor de eisers. Daarnaast wees de rechtbank op de beleidsbrochure van het UWV en eerdere uitkeringen aan vergelijkbare werknemers als bevestiging van deze uitleg.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het besluit van 11 juni 2010 en bepaalde dat aan eisers alsnog een WW-uitkering wordt toegekend over de gevraagde periode. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eisers vergoed. De overige gronden bleven onbesproken.
Uitkomst: De rechtbank kent eisers een WW-uitkering toe wegens onwerkbaar weer ondanks indirecte gevolgen van vorst.