ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0687
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verbod op overlevering aan Frankrijk wegens onherroepelijkheid verstekvonnis
Eiser werd op grond van een Europees Aanhoudingsbevel uit 2007 gezocht door Franse autoriteiten wegens verdenking van mensenhandel. Hij werd in Frankrijk bij verstek veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en een boete. De Nederlandse rechtbank stond de overlevering toe, omdat het verstekvonnis volgens de Franse autoriteiten nog niet onherroepelijk was verklaard.
Eiser vorderde in kort geding een verbod op zijn overlevering aan Frankrijk, stellende dat het verstekvonnis onherroepelijk was en dat overlevering zou leiden tot schending van zijn rechten onder het EVRM, mede gegrond op het EHRM-arrest M.S.S. tegen België. De voorzieningenrechter oordeelde dat toetsing van de onherroepelijkheid van het vonnis in kort geding niet mogelijk is en dat het EHRM-arrest niet van toepassing is op overleveringsprocedures.
De rechtbank bevestigde het interstatelijk vertrouwensbeginsel en vond geen aanleiding om af te wijken, mede omdat de Franse autoriteiten bevestigden dat het vonnis niet onherroepelijk is. Ook was niet aannemelijk dat eiser een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling. De vorderingen werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op overlevering aan Frankrijk wordt afgewezen omdat het verstekvonnis niet onherroepelijk is en het EHRM-arrest M.S.S. niet van toepassing is.