ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0229
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende inhoudelijke beoordeling asielrelaas
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen op basis van het ontbreken van positieve overtuigingskracht van het asielrelaas. Verweerder baseerde dit vooral op een proces-verbaal van de Koninklijke marechaussee waarin eiser verklaarde Afghanistan te hebben verlaten vanwege droogte, zonder asielgerelateerde motieven.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte het asielrelaas niet inhoudelijk heeft beoordeeld en zich uitsluitend heeft gebaseerd op omstandigheden genoemd in artikel 31, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000. Daarnaast zijn procedurele waarborgen zoals rust- en voorbereidingstijden bij het gehoor door de marechaussee niet in acht genomen, waardoor eiser niet adequaat kon reageren op het proces-verbaal.
Verder is vastgesteld dat eiser niet direct om bescherming heeft gevraagd in Nederland of in eerdere landen van verblijf, maar de rechtbank acht dit onvoldoende grond voor ongeloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met een inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit met inhoudelijke beoordeling.