ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0209
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.B. de Vries- van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste beoordeling subjectieve vrees
Eiser, van Somalische nationaliteit, vroeg op 27 mei 2009 een verblijfsvergunning asiel aan, welke door verweerder op 23 oktober 2009 werd afgewezen. Na intrekking van dit besluit volgde een nieuwe afwijzing op 10 maart 2010. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ingetrokken besluit niet-ontvankelijk en behandelde de inhoudelijke gronden tegen het latere besluit.
Eiser stelde dat verweerder ten onrechte zijn relaas over de dreiging door een gewelddadige groepering niet inhoudelijk had beoordeeld en diens subjectieve vrees onterecht als ongeloofwaardig had bestempeld. De rechtbank oordeelde dat de feiten die eiser had aangevoerd, zoals het ronselen van jongeren door de groepering en het opschrijven van zijn naam, als vaststaand moesten worden aangenomen. Verweerder had echter ten onrechte de subjectieve vrees van eiser in het kader van geloofwaardigheid beoordeeld, terwijl dit volgens vaste jurisprudentie in de beoordeling van de rechtsgrond voor verlening van de verblijfsvergunning moest plaatsvinden.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet alle dragende overwegingen in het voornemen had opgenomen, waardoor het besluit in strijd was met de Awb. Ook verwierp de rechtbank het verweer dat eiser onvoldoende documenten had overgelegd, gelet op het beleid en jurisprudentie. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.