ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0203
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vrijheidsontneming van moeder met minderjarige kinderen in Aanmeldcentrum Schiphol
De zaak betreft een moeder met drie minderjarige kinderen die op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet Pro (Vw) een vrijheidsontnemende maatregel werd opgelegd in het Aanmeldcentrum (AC) Schiphol na weigering van toegang tot Nederland.
De rechtbank stelt vast dat de verblijfsomstandigheden in het AC Schiphol niet voldoen aan de eisen die aan een verblijf voor minderjarige vreemdelingen mogen worden gesteld, mede gelet op eerdere uitspraken over de ongeschiktheid van deze locatie voor minderjarigen. De detentie wordt daarom als willekeurig en in strijd met artikel 5 EVRM Pro beoordeeld.
De rechtbank wijst erop dat het feit dat het hier gaat om een moeder met minderjarige kinderen de onrechtmatigheid niet wegneemt. De detentie van de kinderen en de moeder is van meet af aan onrechtmatig. De voortzetting van de maatregel is eveneens onrechtmatig.
Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de maatregel per 1 april 2011 en kent een schadevergoeding toe van €1100 per persoon voor het verblijf in het AC Schiphol en UZC Rotterdam. Tevens worden proceskosten aan eiseres toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter S. Kleij en griffier A.H. de Vries op 1 april 2011.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige detentie van moeder en minderjarige kinderen.