ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0190
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Verplichting OM om niet langer als vluchtgevaarlijk aan te merken bij verlofaanvragen
Eiser, met de Belgische nationaliteit, werd in 2001 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, waarvan de tenuitvoerlegging in 2010 begon nadat hij zich vrijwillig meldde bij de politie. Het Openbaar Ministerie (OM), afdeling TES, had een executie-indicator afgegeven waarin eiser als vluchtgevaarlijk werd aangemerkt vanwege zijn langdurige pogingen om aan de strafuitvoering te ontkomen.
Eiser vorderde in kort geding dat het OM hem niet langer als vluchtgevaarlijk zou bestempelen bij verlofaanvragen, omdat hij zich als voorbeeldig gedetineerde gedraagt en zich vrijwillig meldde kort voordat zijn straf zou verjaren. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vooraankondiging voor de zelfmeldprocedure in 2002 niet aannemelijk bij eiser was aangekomen, waardoor hij pas in 2008 op de hoogte was van de tenuitvoerlegging.
Hoewel het OM een grote beoordelingsvrijheid heeft bij advisering over verlof, vond de voorzieningenrechter dat het OM niet langer de vluchtgevaarlijkheid als grondslag voor negatief advies mocht gebruiken. De vordering van eiser werd toegewezen, en het OM werd veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van het vonnis eiser niet langer als vluchtgevaarlijk aan te merken.
Uitkomst: Het OM moet eiser binnen drie dagen na betekening niet langer als vluchtgevaarlijk aanmerken bij verlofaanvragen.