ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0105
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring en weigering verlenging verblijfsvergunning op grond van openbare orde
Eiser, een Turkse staatsburger, werd ongewenst verklaard en kreeg de verlenging van zijn verblijfsvergunning geweigerd. Hij voerde aan dat het besluit onbevoegd was genomen en dat hij recht had op een artikel 10 lid Pro 2-status, waardoor zijn verblijf niet op grond van openbare orde beëindigd mocht worden. Tevens stelde hij dat de afschaffing van deze status in strijd was met de standstillbepaling van Besluit 1/80.
De rechtbank oordeelde dat het besluit weliswaar ten onrechte namens de Staatssecretaris van Justitie was genomen, maar dat dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd omdat de ondertekenaar bevoegd was. De rechtbank stelde vast dat eiser rechten kon ontlenen aan Besluit 1/80, maar dat de afschaffing van de artikel 10 lid Pro 2-status geen nieuwe ongeoorloofde beperking vormde.
Verweerder stelde dat eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor de openbare orde vormde, onderbouwd met zijn eerdere veroordelingen voor twee verkrachtingen en zijn houding tijdens de hoorzitting. De rechtbank vond deze belangenafweging proportioneel en oordeelde dat de belangen van de samenleving zwaarder wogen dan die van eiser en zijn gezin.
Ten aanzien van het verzoek om verlenging van de verblijfsvergunning oordeelde de rechtbank dat eiser geen belang had zolang de ongewenstverklaring voortduurde, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep tegen de ongewenstverklaring werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de weigering tot verlenging van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.