ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9773
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.H.L. Kleise
- A.P. Pereira-Horta
- C. Fetter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht en geen subsidiariteit bescherming
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke door verweerder werd afgewezen wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht van het asielrelaas en het ontbreken van reisdocumenten. Eiser stelde dat hij in Kabul werd bedreigd vanwege anti-islamitische teksten op verpakkingspapier en vluchtte via een complexe reisroute naar Nederland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het ontbreken van reisdocumenten aan eiser kon toerekenen, waardoor het asielrelaas aan geloofwaardigheid inboette. Eiser kon zijn reisroute niet concreet en coherent onderbouwen, en zijn verklaringen vertoonden tegenstrijdigheden. De rechtbank volgde verweerder in het oordeel dat het relaas geen positieve overtuigingskracht had.
Daarnaast werd beoordeeld of eiser aanspraak kon maken op bescherming op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 en artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn. Hoewel de situatie in Afghanistan en Kabul is verslechterd, concludeerde de rechtbank dat niet voldaan is aan de criteria voor subsidiariteit bescherming, omdat het geweld vooral in andere regio's plaatsvindt en er geen concreet risico voor eiser persoonlijk is aangetoond.
De rechtbank verwierp ook het beroep op humanitaire gronden en bijzondere hardheid. Gezien het ontbreken van een categoriaal beschermingsbeleid en het feit dat eiser zich niet tegen het ontbreken daarvan richtte, werd ook die grond niet aanvaard. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht en afwezigheid van subsidiariteit bescherming.