ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9658
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.H.G. Odink
- M.M.J. Mooijer
- Rechtspraak.nl
Annulering visum onrechtmatig door niet correcte bekendmaking, vrijheidsontneming onrechtmatig
Eiser werd op 6 januari 2011 in bewaring gesteld wegens vermeend onrechtmatig verblijf na annulering van zijn visum. De rechtbank stelde vast dat het besluit tot annulering van het visum niet schriftelijk en conform de wettelijke voorschriften aan eiser was bekendgemaakt. Het standaardformulier voor annulering was niet gedateerd, niet ondertekend door eiser en niet aan hem of zijn gemachtigde uitgereikt.
Hierdoor was het besluit tot annulering van het visum op het moment van de inbewaringstelling nog niet in werking getreden. Dit betekent dat eiser ten tijde van zijn inbewaringstelling nog rechtmatig in Nederland verbleef. De vrijheidsontnemende maatregel was daarom onrechtmatig.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €720,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €874,--. Het beroep werd gegrond verklaard en de overige beroepsgronden werden niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard omdat het besluit tot annulering van het visum niet rechtsgeldig is bekendgemaakt, waardoor de vrijheidsontneming onrechtmatig was.