ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9339
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek en toepassing bestuurlijke lus in vreemdelingenzaak
Eiser, een Ghanees, vroeg op 14 september 2009 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan vanwege medische behandeling. Verweerder wees dit op 5 januari 2010 af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) passend bij het verblijfsdoel. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn medische situatie was verslechterd. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond op 28 september 2010, onder meer omdat nader medisch onderzoek onmogelijk was door het uitblijven van reactie van eisers internist.
In beroep voerde eiser aan dat hij ernstige medische problemen heeft en overhandigde een brief van zijn internist die pas kort voor de zitting werd ingediend. Verweerder wilde deze brief niet toelaten of wilde dat deze eerst aan het Bureau Medische Advisering (BMA) werd voorgelegd voor een aanvullend advies. De rechtbank oordeelde dat de brief wel mocht worden toegelaten en dat verweerder de gelegenheid moest krijgen het motiveringsgebrek te herstellen door de brief aan het BMA te overleggen en op basis van het advies een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank pastte artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht toe, de zogenaamde bestuurlijke lus, om een formele vernietiging te voorkomen en spoedige geschillenbeslechting te bevorderen. Verweerder kreeg vier weken om het gebrek te herstellen en veertien dagen om aan te geven of hij hiervan gebruik maakt. De rechtbank hield verdere beslissing aan en bepaalde dat in de einduitspraak zal worden beslist over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid het motiveringsgebrek te herstellen en houdt verdere beslissing aan.