ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8136
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruimingsvordering bij huurovereenkomst voor bepaalde tijd zonder geldige opzegging
Eiser, eigenaar van een woning, vordert in kort geding ontruiming van de woning door gedaagden, huurders van de woning, en betaling van huur vanaf het einde van de huurperiode. De huurovereenkomst bestond uit een eerste contract van zes maanden, gevolgd door een contract van één jaar. Eiser stelt dat de huurovereenkomst van korte duur is en automatisch is geëindigd, en dat gedaagden hebben ingestemd met beëindiging.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de huurovereenkomst van één jaar niet als 'korte duur' in de zin van artikel 7:232 lid 2 BW Pro kan worden beschouwd, mede omdat deze direct voorafging op een contract van zes maanden. Op grond van artikel 7:271 lid 1 BW Pro eindigt een huurovereenkomst voor bepaalde tijd niet automatisch door het verstrijken van de termijn, maar is een geldige opzegging vereist, die hier ontbreekt.
Verder is niet aannemelijk dat gedaagden hebben ingestemd met beëindiging, aangezien zij dit gemotiveerd betwisten en er geen duidelijke en ondubbelzinnige verklaring of gedraging is die instemming aantoont. Ook het feit dat gedaagden de woning kenden als te koop staand en de waarborgsom werd verrekend, leidt niet tot instemming.
De voorzieningenrechter concludeert dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een onmiddellijke ontruiming rechtvaardigen en wijst de vordering tot ontruiming af. De vordering tot betaling van huur vanaf 16 januari 2011 wordt niet toegewezen omdat gedaagden bereid zijn te betalen en eiser de huur niet wenst te ontvangen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens ontbreken van een geldige opzegging en instemming van de huurders.