ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7883
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing geldvordering wegens onvoldoende aannemelijkheid schade en onduidelijk huurrecht
Eisers, bestaande uit een natuurlijk persoon en twee vennootschappen, vorderen betaling van een geldbedrag en een maandelijkse gebruiksvergoeding van gedaagden, wegens onrechtmatig handelen waarbij gedaagden zonder toestemming de bedrijfsruimte binnentreden en eisers de toegang ontzegden.
Hoewel de voorzieningenrechter aannemelijk acht dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld, is onzeker of eisers daadwerkelijk huurrecht op de bedrijfsruimte hebben, aangezien een indeplaatsstellingsprocedure hierover loopt. Dit bemoeilijkt de vaststelling van de geleden schade.
Daarnaast hebben eisers de omvang van de schade onvoldoende onderbouwd en is niet duidelijk of de kosten en gederfde winst direct aan het handelen van gedaagden zijn toe te rekenen. De onderneming is bovendien niet actief, waardoor ook de gevorderde gebruiksvergoeding voor de inventaris niet toewijsbaar is.
Gelet op deze omstandigheden en het lopende bodemgeschil met een uitgebreider feitencomplex, is niet met grote waarschijnlijkheid te verwachten dat de bodemrechter de vorderingen zal toewijzen. Daarom wijst de voorzieningenrechter de vorderingen af en veroordeelt eisers in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eisers worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade en onduidelijkheid over het huurrecht.