ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7862
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Greeuw
- S.W.S. Kiliç
- M.W. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering ingangsdatum
Eiser, van Turkse nationaliteit, vroeg op 15 september 2004 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan. Verweerder wees dit aanvankelijk af, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank vernietigde eerdere afwijzingen en verweerder verleende uiteindelijk een vergunning met ingang van 3 augustus 2009, gebaseerd op een ambtsbericht dat een verbeterde mensenrechtensituatie in Turkije signaleerde.
Eiser betwistte de ingangsdatum en stelde dat hij al vanaf de datum van aanvraag aan de voorwaarden voldeed, onderbouwd met eerdere uitspraken en ambtsberichten die wezen op een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de vergunning niet eerder verleend kon worden en dat hij zijn motiveringsplicht had geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 29 oktober 2008 niet-ontvankelijk vanwege intrekking, maar verklaarde het beroep tegen het besluit van 16 juli 2010 gegrond, vernietigde dit besluit en beval verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit dat de verblijfsvergunning asiel pas met ingang van 3 augustus 2009 wordt verleend, wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.