ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7578
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verstrekken onjuiste gegevens en twijfel aan identiteit
Eiser, een minderjarige Afghaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege het verstrekken van onjuiste gegevens en tegenstrijdigheden in het reis- en identiteitsverhaal van eiser.
De rechtbank stelde vast dat eiser bij zijn aanhouding door de Duitse autoriteiten persoonsgegevens had opgegeven die niet volledig overeenkwamen met latere verklaringen aan de Nederlandse autoriteiten. De rechtbank oordeelde dat deze eerdere gegevens niet aan eiser konden worden tegengeworpen, maar dat de overige tegenstrijdigheden en onvolledigheden in zijn verklaringen wel een contra-indicatie vormen voor statusverlening.
Eiser voerde aan dat hij door stress en zijn minderjarigheid niet volledig in staat was de juiste gegevens te verstrekken en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door stukken pas bij het bestreden besluit aan hem toe te zenden. De rechtbank verwierp deze bezwaren en concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt wie hij was en waarom hij bescherming behoefde.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde het besluit van verweerder om de verblijfsvergunning niet te verlenen. Tevens werd geen aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen naar de authenticiteit van door eiser overgelegde documenten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.