ECLI:NL:RBSGR:2011:BP6113
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vreemdelingenbewaring en uitzetting naar Italië
Eiser, een Somalische vreemdeling, is op 8 februari 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij werd op 18 februari 2011 per vliegtuig naar Italië verwijderd, maar de vlucht werd geannuleerd vanwege een informeel verzoek van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om terughoudend te zijn met uitzetting van Somalische vreemdelingen naar Italië totdat een uitspraak over mogelijke strijdigheid met artikel 3 EVRM Pro zou zijn gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de annulering van de vlucht slechts een tijdelijke belemmering vormt en dat er zicht op uitzetting blijft bestaan, omdat eiser in het kader van een Dublinclaim aan Italië kan worden overgedragen. De stelling van eiser dat Italië niet voldoet aan Europese minimumnormen en dat uitzetting een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert, wordt in deze procedure niet behandeld. Dit kan alleen aan de orde komen in een asielprocedure of een procedure tegen de feitelijke uitzetting.
De rechtbank concludeert dat de bewaring rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af, omdat daarvoor geen grondslag bestaat. Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak is gedaan door rechter E.H.M. Druijf op 28 februari 2011.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring en uitzetting naar Italië wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.