ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5966
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motivering ongewenstverklaring en gezinsleven volgens artikel 8 EVRM
De rechtbank 's-Gravenhage behandelt een zaak waarin eiser ongewenst is verklaard op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000, met toepassing van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag. Eerder werd geoordeeld dat eiser geen persoonlijk reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer, maar dat handhaving van de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert vanwege inmenging op het gezinsleven.
Verweerder voerde aan dat geen sprake is van gezinsleven omdat eiser en zijn gezin niet samenwonen en dat het gezin sinds september 2009 in België woont, waardoor geen inmenging zou zijn. De rechtbank volgt dit standpunt niet en stelt dat het gezinsleven ook zonder samenwoning bestaat, mede omdat het gezin de Nederlandse nationaliteit bezit en niet hoeft te vertrekken.
De rechtbank constateert dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is over de vraag of de ongewenstverklaring een gerechtvaardigde inmenging vormt op het gezinsleven. Daarom wordt verweerder in de gelegenheid gesteld binnen drie weken een nadere motivering te geven, met toepassing van artikel 8:51a Awb, om de gebreken in het besluit te herstellen. Tevens wordt verweerder opgedragen binnen twee weken kenbaar te maken of van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd over de inmenging op het gezinsleven en geeft verweerder gelegenheid dit te herstellen.