ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5649
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit vreemdeling
Verzoeker, een Iraakse vreemdeling, diende een verzoek in om een voorlopige voorziening te treffen tegen het terugkeerbesluit van 7 januari 2011 en om opvang te verkrijgen. De rechtbank stelde vast dat de verblijfsaanvraag van verzoeker reeds op 16 juli 2009 was afgewezen en dat hem een terugkeerverplichting was opgelegd. Hierdoor had het recente terugkeerbesluit geen zelfstandige betekenis voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de bewaring.
Verzoeker voerde aan dat het terugkeerbesluit onbevoegd was genomen en dat hij op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) tijdelijk niet uitgezet mocht worden vanwege zijn gezondheidstoestand. De rechtbank oordeelde dat een enkel verzoek op grond van artikel 64 Vw Pro 2000 geen rechtmatig verblijf oplevert en dat het verzoek geen invloed heeft op de vertrekplicht.
Verder stelde de rechtbank dat de vraag of een lichter middel dan inbewaringstelling toegepast had moeten worden, uitsluitend binnen de bewaringsprocedure kan worden beoordeeld en dat er geen spoedeisend belang was om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.