ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5417
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugkeerbesluit en vertrektermijn in vreemdelingenrechtelijke procedure
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, heeft herhaaldelijk een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke telkens is afgewezen. Na eerdere vernietigingen van besluiten en bevestigingen door de Afdeling bestuursrechtspraak, is het huidige terugkeerbesluit genomen met een vertrektermijn van nul dagen.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat de vaststelling van de vertrektermijn onderdeel is van de meeromvattende beschikking en dat de Terugkeerrichtlijn een vertrektermijn van zeven tot dertig dagen voorschrijft, met uitzonderingen. Verzoeker heeft onvoldoende nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aangevoerd die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen, waaronder onvoldoende bewijs van identiteit en authenticiteit van documenten.
Ook het beroep op een verslechterde veiligheidssituatie in Irak, met name in de provincie Kirkuk, wordt niet aannemelijk geacht. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de situatie niet uitzonderlijk genoeg is om bescherming te rechtvaardigen.
Gelet op het ontbreken van bijzondere individuele omstandigheden wordt artikel 4:6 Awb Pro toegepast, waardoor het beroep ongegrond wordt verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verzoeker kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.