ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens verblijfsgat en afwijzing naturalisatieverzoek
Eiseres kreeg haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'verblijf bij echtgenoot' met terugwerkende kracht ingetrokken omdat zij niet langer samenwoonde met haar echtgenoot. Hoewel zij bezwaar maakte, werd dit ongegrond verklaard. Tijdens het beroep was eiseres in het bezit van een nieuwe verblijfsvergunning onder de beperking 'voortgezet verblijf', waardoor haar gezinsleven niet werd belemmerd.
De rechtbank stelde vast dat het verblijfsgat tussen 28 juli 2009 en 29 januari 2010 leidde tot afwijzing van haar naturalisatieverzoek. Dit verblijfsgat vormde een actuele concrete aanspraak, waardoor er wel procesbelang was om het beroep te behandelen. De rechtbank oordeelde dat de intrekking van de oorspronkelijke vergunning niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, omdat eiseres inmiddels een geldige verblijfsvergunning had.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de vordering af. Er was geen aanleiding voor vergoeding van griffierechten of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.