ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4577
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Weiss
- P.A. Koppen
- F.J. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit na erkenning vóór 2009
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek van een persoon geboren in Suriname in 1992, die in 1993 door zijn biologische vader werd erkend. De vader verkreeg in 1999 de Nederlandse nationaliteit. De verzoeker stelde dat hij op grond van artikel 4 lid 4 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) de Nederlandse nationaliteit had verkregen door erkenning, ondanks dat deze erkenning vóór 1 maart 2009 plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat artikel 4 lid 4 RWN Pro alleen van toepassing is op erkenningen vanaf 1 maart 2009 en dat de erkenning van verzoeker in 1993 plaatsvond, waardoor deze bepaling niet van toepassing is. Verder faalde het beroep op de derde-generatieregel (artikel 3 lid 3 RWN Pro), omdat niet was gebleken dat de vader ten tijde van de geboorte of erkenning van verzoeker zijn hoofdverblijf in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba had.
De rechtbank concludeerde dat de erkenning in Suriname rechtsgeldig is en dat de naturalisatie van de vader in 1999 niet heeft geleid tot meegaanaturaliseerdheid van de minderjarige verzoeker, omdat deze niet in Nederland verbleef. Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen omdat de erkenning vóór 1 maart 2009 heeft plaatsgevonden en de wettelijke voorwaarden niet zijn vervuld.