ECLI:NL:RBSGR:2011:BP3498
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ongeschiktheid detentie door omvangrijke gedetineerde
Eiser, een gedetineerde met een lengte van 2,07 meter en een gewicht van 240 kilogram, vordert in kort geding dat zijn detentie wordt opgeheven, geschorst of aangepast vanwege inadequate verblijfsfaciliteiten in de penitentiaire inrichting. Hij stelt dat de standaardcel, het bed, sanitaire voorzieningen en gemeenschappelijke ruimtes niet geschikt zijn voor zijn omvang, waardoor zijn detentie inhumaan is en in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat de detentie van eiser moet worden uitgevoerd zolang het gratieverzoek niet is toegekend. De medische adviseur heeft bevestigd dat eiser detentiegeschikt is en dat passende voorzieningen zoals een groot bed en verlengd matras zijn getroffen. Hoewel de cel en faciliteiten krap zijn, is onvoldoende aannemelijk dat dit leidt tot een inhumane detentiesituatie. Eiser kan deelnemen aan activiteiten, ontvangt aangepaste luchttijden en kan zich vrij bewegen over de afdeling.
De rechtbank wijst de vorderingen af en benadrukt dat eventuele verbeteringen via de reguliere rechtsgang ex artikel 60 Pbw Pro kunnen worden nagestreefd. Ook de vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot opheffing, schorsing of aanpassing van de detentie af wegens onvoldoende bewijs van ongeschikte en inhumane detentieomstandigheden.