ECLI:NL:RBSGR:2011:BP2233
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onjuiste toepassing Dublinverordening
Verzoekster diende een asielaanvraag in Nederland in, die werd afgewezen omdat Zweden verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Zweden wees het overnameverzoek en het eerste verzoek tot herziening af vanwege onvoldoende fotovergelijking, waarna Nederland een tweede herzieningsverzoek indiende dat door Zweden werd gehonoreerd.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 5 van Pro de Uitvoeringsverordening slechts één verzoek tot herziening mogelijk is en dat het tweede verzoek niet rechtsgeldig was. Hierdoor werd Nederland verantwoordelijk voor de asielaanvraag na de afwijzing van het eerste herzieningsverzoek door Zweden.
Het besluit van 6 december 2010 tot afwijzing van de aanvraag is ontoereikend gemotiveerd en strijdig met artikel 3:46 Awb Pro, zodat het beroep gegrond is en het besluit wordt vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.