ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1989
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling na directe werking Terugkeerrichtlijn
Eiser, een Surinaamse vreemdeling, werd op 15 september 2010 in bewaring gesteld door verweerder, de Minister voor Immigratie en Asiel. Na eerdere ongegrondverklaringen van zijn beroepen tegen de bewaring, stelde eiser op 22 december 2010 opnieuw beroep in tegen het voortduren van de maatregel, met een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde de zaak mede aan de hand van de directe werking van de Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG) die per 25 december 2010 van toepassing werd. Volgens artikel 15 van Pro deze richtlijn mag bewaring slechts worden toegepast om terugkeer voor te bereiden of uitzetting uit te voeren, indien er een risico op onderduiken bestaat of de betrokkene de procedure ontwijkt of belemmert.
De rechtbank stelde vast dat de door verweerder aangevoerde gronden zoals ongewenstverklaring, verdenking van misdrijf, ontbreken van identiteitsdocument en vaste verblijfplaats, niet voldoen als rechtvaardiging voor bewaring onder de richtlijn. Ook het argument dat eiser zich niet had gemeld bij de korpschef of eerder niet rechtmatig verbleef, was onvoldoende om te concluderen dat hij de terugkeerprocedure zou ontwijken. Uit het dossier bleek dat eiser meewerkte aan zijn verwijdering.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de maatregel van bewaring vanaf 25 december 2010 onrechtmatig was voortgezet. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring opgeheven per 19 januari 2011 en aan eiser werd een schadevergoeding van € 2000 toegekend voor 25 dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig voortgezet en wordt opgeheven met toekenning van schadevergoeding.