ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1504
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.H.B. Sentrop
- C. Fetter
- C.I.H. Kerstens-Fockens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlengingsbesluit bewaring vreemdeling wegens motiveringsgebrek met instandhouding rechtsgevolgen
Eiser betoogde dat de verlenging van zijn bewaring met twaalf maanden onrechtmatig was omdat de Richtlijn 2008/115/EG (Terugkeerrichtlijn) niet was geïmplementeerd in nationale wetgeving en dat een verlenging op grond van de richtlijn niet mogelijk is. Verweerder baseerde het verlengingsbesluit op artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en verwees tevens naar de Terugkeerrichtlijn.
De rechtbank constateerde dat het verlengingsbesluit niet de juiste wettelijke grondslag vermeldde, waardoor sprake was van een motiveringsgebrek. Daarom werd het besluit vernietigd. Desondanks oordeelde de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven, omdat het besluit wel op een wettelijke grondslag berustte en de verlenging conform de nationale wetgeving was genomen.
De rechtbank benadrukte dat de toetsing van de motivering van het verlengingsbesluit richtlijnconform dient te geschieden, waarbij de voorwaarden van artikel 15, zesde lid, van de Terugkeerrichtlijn moeten worden toegepast. Omdat eiser niet betwistte dat aan deze voorwaarden was voldaan, liet de rechtbank zich daarover niet uit.
Verder wees de rechtbank het beroep van eiser op het EVRM en het arrest Massoud vs. Malta af, omdat niet was gesteld dat het zicht op uitzetting ontbrak of dat verweerder onvoldoende voortvarendheid betrachtte. De rechtbank zag geen reden tot het stellen van prejudiciële vragen en baseerde haar oordeel op vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie.
Tot slot veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalde dat deze aan de griffier worden betaald.
Uitkomst: Het verlengingsbesluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.