ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0739
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren en verlenging vreemdelingenbewaring volgens Terugkeerrichtlijn
Eiser is op 23 juni 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vw Pro 2000. Tegen het voortduren van deze bewaring heeft eiser beroep ingesteld, waarbij tevens schadevergoeding werd gevraagd. De verlenging van de bewaring werd gemotiveerd met het ontbreken van medewerking van eiser en het uitblijven van reactie van de diplomatieke vertegenwoordiging.
Eiser voerde aan dat de verlengingsbeslissing prematuur was genomen omdat de implementatietermijn van de Terugkeerrichtlijn op 24 december 2010 zou zijn verstreken en dat de richtlijn niet goed was toegepast. Hij stelde dat hij bereid was Nederland vrijwillig te verlaten en dat de bewaring daarom opgeheven moest worden.
De rechtbank oordeelde dat artikel 59 Vw Pro 2000 geen maximale duur aan de bewaring stelt, maar dat de Terugkeerrichtlijn, ondanks het ontbreken van implementatie, richtlijnconform geïnterpreteerd moet worden. Dit leidt tot een maximale bewaringstermijn van 18 maanden met een afweging na zes maanden. De verlenging van de bewaring heeft een wettelijke basis en is niet prematuur.
Verder stelde de rechtbank vast dat de verlengingsbeslissing geen besluit in de zin van de Awb is, maar een standpuntbepaling. Eiser had onvoldoende medewerking verleend aan zijn verwijdering, wat de verlenging rechtvaardigt. Er was geen redelijk vooruitzicht op vrijwillig vertrek en de maatregel was niet in strijd met de Vw 2000. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard.