ECLI:NL:RBSGR:2011:BP0339
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring vreemdeling wegens onvoldoende wettelijke grondslag en toekenning schadevergoeding
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 7 januari 2011 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de bewaring van een Iraanse vreemdeling in het kader van een terugkeerprocedure. De rechtbank beoordeelde of de maatregel van bewaring in overeenstemming was met de wettelijke vereisten en de Terugkeerrichtlijn.
De rechtbank stelde vast dat de gronden die verweerder aanvoerde, zoals het belang van de openbare orde, het risico op onderduiken en verdenking van een misdrijf, niet als rechtmatige basis voor bewaring kunnen dienen. Dit volgt uit het Kadzoevarrest van het Europese Hof van Justitie en de directe werking van artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn per 25 december 2010. Ook de omstandigheden van het ontbreken van identiteitspapieren, vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen kunnen de bewaring niet dragen.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende gronden aanwezig zijn om de bewaring te handhaven en heeft de bewaring met ingang van 7 januari 2011 opgeheven. Tevens werd aan eiseres een schadevergoeding van €1195 toegekend voor de periode van detentie, en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van eiseres wordt opgeheven en zij ontvangt een schadevergoeding van €1195.