ECLI:NL:RBSGR:2010:BQ1750
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering bij weigering verblijfsvergunning minderjarige kinderen
Eisers, een gezin van Turkse nationaliteit met minderjarige kinderen geboren en getogen in Nederland, vroegen een verblijfsvergunning aan die werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder stelde dat het beleid strikt gevolgd moest worden en dat de belangen van de kinderen reeds waren meegewogen in het beleid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het beroep op het gelijkheidsbeginsel ten onrechte had afgewezen en onvoldoende had gemotiveerd hoe de belangen van de kinderen concreet waren meegewogen, zoals vereist op grond van artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) en artikel 24 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de EU.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep had beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en strijd met het gelijkheidsbeginsel en artikel 3 IVRK.