ECLI:NL:RBSGR:2010:BP2942
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod uitlevering aan Argentinië wegens ontbreken reëel risico schending mensenrechten
Eiser, met Portugese nationaliteit, werd door Argentijnse autoriteiten gevraagd voor uitlevering wegens verdenking van uitvoer van ruim 14 kilogram cocaïne. Na eerdere toelaatbaarverklaring door de rechtbank en verwerping van cassatie door de Hoge Raad, werd de uitlevering door de Minister toegestaan.
Eiser vorderde in kort geding een verbod op uitlevering, stellende dat uitlevering zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro (verbod op foltering) en artikel 6 EVRM Pro (redelijke termijn). De rechtbank oordeelde dat Argentinië partij is bij relevante internationale verdragen en dat er op basis van adviezen en garanties van Argentijnse autoriteiten geen reëel risico is op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende concrete gronden had gesteld om aan te tonen dat hem specifiek een onmenselijke behandeling zou treffen. Ook de stelling over schending van artikel 6 EVRM Pro werd verworpen wegens gebrek aan aannemelijkheid. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op uitlevering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.