ECLI:NL:RBSGR:2010:BP1507
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling en toepassing lichter middel
Eiser, een Iraakse vreemdeling, werd op 14 december 2010 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, mede omdat hij zich grotendeels aan de meldplicht had gehouden en zicht op uitzetting ontbrak.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht had geoordeeld dat een lichter middel niet geïndiceerd was, vanwege het niet naleven van de meldplicht door eiser en diens weigering tot medewerking aan terugkeer. Tevens stelde de rechtbank vast dat de Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) nog niet volledig was geïmplementeerd, maar dat vanaf 25 december 2010 de bepalingen daarvan rechtstreeks van toepassing zijn.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring in overeenstemming is met de richtlijn en dat eerst moet worden onderzocht of een minder dwingende maatregel doeltreffend kan zijn, wat in dit geval niet zo was. Verder werd geoordeeld dat er voldoende zicht op uitzetting is, aangezien de Koninklijke Marechaussee was verzocht de removal order te effectueren naar Turkije en eventueel uitzetting naar Irak mogelijk is.
Ten slotte verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat de vrijheidsontnemende maatregel rechtmatig was opgelegd en voortduurde binnen de wettelijke kaders.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt als rechtmatig beoordeeld.