ECLI:NL:RBSGR:2010:BP1482
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voortduring vreemdelingenbewaring na zes maanden en toetsing aan Terugkeerrichtlijn
Eiser is op 16 juni 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld en verbleef ruim zes maanden in detentie. Hij stelde dat voortzetting van de bewaring niet gerechtvaardigd was omdat hij niets werd verweten en de Surinaamse autoriteiten niet meewerkten aan de afgifte van een noodpaspoort. Verweerder stelde dat eiser niet meewerkte aan de vaststelling van zijn identiteit en dat de nodige documenten nog niet waren ontvangen.
De rechtbank beoordeelde de voortzetting van de bewaring aan de hand van artikel 15, vijfde en zesde lid, van de Terugkeerrichtlijn en artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hoewel de richtlijn nog niet was geïmplementeerd, is zij rechtstreeks van toepassing vanaf 25 december 2010. De rechtbank stelde dat voortzetting na zes maanden slechts in beperkte mate en met concrete aanwijzingen gerechtvaardigd kan zijn.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende meewerkte aan zijn identificatie en nationaliteit, waardoor verlenging van de bewaring gerechtvaardigd was. Verweerder handelde voortvarend door regelmatig te rappelleren bij de Surinaamse autoriteiten en vertrekgesprekken te voeren. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring na zes maanden is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.